Onbegrepen gedrag doorgronden vergt vaak lange adem

Waar andere hulpverleners de moed opgeven, begint voor cliëntondersteuner Kris Hermans vaak het werk. Zij heeft de reputatie dat zij dankzij haar lange adem mensen bereikt die zich afgekeerd hebben van bemoeienis, hoe goedbedoeld ook.  

Scroll door de loopbaan van Kris Hermans en dan valt op dat zij zich meestal bezighoudt met mensen die leven in de marge van de samenleving en/of die op enigerlei wijze klem zijn komen zitten. Verslaafden, dak- en thuislozen, cliënten in de crisis- of vrouwenopvang. Nu, als cliëntondersteuner en welzijnswerker bij De  Sociale Basis  van MEEVivenz in Alblasserdam, houdt zij zich onder meer bezig met mensen met onbegrepen gedrag. Velen daarvan zijn slechts met uiterste inspanning te bereiken. “Sommigen noemen hen zorgmijders, ik liever zorgvuldige zorgvragers.”

Selectief

Dat ‘zorgvuldig’ heeft betrekking op het gegeven dat de personen waar het om gaat, selectief zijn in de manier waarop ze gebruik willen maken van het hulpaanbod. “Sommigen kregen al honderd labels en hebben geen behoefte aan inmenging”,  vertelt Kris. “Op het moment dat ze zaken nodig hebben of hen het water aan de lippen staat, zijn ze vaak wél in staat hun vraag te stellen. Aan de huisarts, als ze zich beroerd voelen. Of bij de gemeente, als ze iets nodig hebben. Voor de rest houden ze hun deur dicht.”

Mensen met onbegrepen gedrag komen op verschillende manieren in beeld: een buur die zich zorgen maakt, huisvesting, politie, huisarts of een andere zorgverlener die geen raad weet met het onbegrepen gedrag. “Velen weten me inmiddels te vinden, of ze worden ‘in beeld gebracht’ in het Lokaal Zorgnetwerk waar ik aan deelneem.”

Onbegrepen gedrag is bij MEEVivenz, de organisatie waar zij werkt, niet een begrip dat zoals elders uitsluitend (psycho)geriatrische zorg omvat. Kris: “Een puber kan net zo goed onbegrepen gedrag vertonen als een oudere. Wij gebruiken de term vooral om het stigma er vanaf te halen. Anders dan het begrip verward gedrag, dat een afwijking suggereert en wordt gebruikt om mensen te corrigeren, op te pakken, te diagnosticeren.” Wat ze probeert te vermijden: “Mij opstellen vanuit de normering in de maatschappelijke context. Wij zijn er niet om te oordelen, maar om te helpen.”

Eigen mensbeeld

Haar beroepshouding vloeit voort uit haar eigen mensbeeld, licht Kris toe. “Ik ben zelf niet heel gevoelig  voor bureaucratische en autoritaire normen. Daardoor is het voor mij gemakkelijker om mee te gaan in de gedachten van de ander. Het kost mij niet veel moeite ze te begrijpen.”

Regels dienen volgens haar slechts om kaders aan te geven, niet om haar in het werk te beperken. “Zou ik me volkomen richten op de richtlijnen en regels binnen het maatschappelijk werk, dan zou ik minder goed kunnen functioneren. Ik zou dan tegen mezelf aanlopen. Ik stap ook buiten de kaders, om toch in contact te komen met een cliënt die geholpen wil worden.”

Actief benaderen

‘Buiten de lijntjes kleuren’, noemt Kris dat. Vasthoudendheid is daarbij een  eigenschap die haar kenmerkt. Ook als de cliënt er aanvankelijk blijk van geeft hier niets van te willen weten. “Je steekt eens iets in de brievenbus, je nodigt iemand uit, je stuurt een brief, je belt of je meldt je aan de deur. Als collega’s na diverse pogingen geen contact krijgen, begint het voor mij pas. De doelgroep die zich niet laat zien bij het loket, benader ik actief. Dat is echt anders dan wat doorgaans in de boekjes staat, waarin een doorsnee methodiek wordt neergelegd, met een begin en een eind aan de hulpverlening.”

Ansichtkaartje door de bus

Ze noemt een voorbeeld. “Als ik in geen contact kan maken en het lijkt of iemand niet thuis is, maar dat ik zie dat er opeens licht brandt, bel ik nog eens aan. Ik werk niet puur nine to five. Verder gebruik ik liever niet de traditionele afwezigheidskaartjes: wij zijn bij u langs geweest, helaas u was niet thuis. Hoezo helaas? Die persoon vraagt nergens om. Zo’n voorgedrukte zinsnede op een gedrukt kaartje van de gemeente is ook 

allesbehalve uitnodigend. Dus koop ik eens in de zoveel tijd een stapel ansichtkaarten. Meestal weet ik tevoren wel een klein beetje of ik te maken heb met een oudere, een jongere, iemand die eenzaam is of uitgespuugd door andere hulpverlening. Afhankelijk van wie het betreft, kies ik een kaartje waarvan ik denk dat het aan zal spreken. Daarop schrijf ik een boodschap op en mijn telefoonnummer, en of ik nog eens langs mag komen. Vaak is dat een trigger.”

Verhaal biedt ingangen

Is het contact eenmaal gelegd, dan komt Kris niet meteen voor de draad met een hulpaanbod, vertelt ze. “Soms doet iemand voor het eerst sinds jaren z’n verhaal. Dat kan het vertrekpunt zijn om te bepalen of iemand geholpen wil worden of niet, en welke hulp nodig is. Bijvoorbeeld als iemand vertelt dat hij z’n tuintje niet kan doen omdat hij door z’n rug gegaan, of zich niet buiten wil laten zien aan de buren. In zo’n eerste contact krijg ik enorm veel informatie. Dat biedt ingangen.”

Niet problematiseren

Wat Kris ook voor ogen houdt: “Een persoon ís niet zijn probleem. Het probleem is iets waar diegene tegenaan liep in de loop van de tijd. Het verhaal dat daaraan voorafgaat, is belangrijk om te zoeken waar iemands kracht zit. Door te problematiseren maak je mensen met onbegrepen gedrag naar mijn idee monddood. Als je zelf een keer in de kreukels zit is het ook prettig dat een ander niet meteen over je heen walst, maar respectvol met je omgaat.”

Binnen MEEVivenz krijgt Kris de ruimte om haar professionele inzichten in te zetten. Waar zij haar voldoening uit haalt? “Bijvoorbeeld als het goed gaat met mensen die ooit afgeschreven waren. Ik kan niet bewijzen dat mijn benadering de ultieme is geweest. Maar ik ben wel degene geweest die volgehouden heeft!”

Kris Hermans is lid van het kennisteam onbegrepen gedrag